“Meer scholing op leiderschap is welkom”

“Meer scholing op leiderschap is welkom”

Datum: 1 december 2016

plicare_marja_van_leeuwen_zorgenzWIJKVERPLEGING, WAARHEEN? – DEEL 3 – Zijn wijkverpleegkundigen nog niet autonoom genoeg? Is hun professionalisering nodig? Moeten ze meer leiderschap over hun eigen vak laten zien? Yingzi Zhan is wijkverpleegkundige bij Plicare, de coöperatie van onafhankelijke wijkverpleegkundigen waarvan Marja van Leeuwen directeur is. Ze herkennen zich in een aantal zaken die José van Dorst in het interview benoemt. Dit is de derde reactie. De eerste kwam van Margriet van Iersel, de tweede van Ineke Voordouw.

“We hebben het over een divers samengestelde groep. De wijkverpleegkundige functie is enorm veranderd en maakt sinds enkele jaren weer een comeback,” start Yingzi Zhan. “De wijkverpleegkundige van nu mag weer indiceren. Voor mij gaat het om de vraag van de cliënt, de burger. Waaraan heeft die behoefte? We staan naast de burger en proberen duidelijk te krijgen wat iemand wil en hoe we daarbij kunnen helpen. Heeft iemand behoefte aan meer sociale contacten of meer grip op zijn financiën? Als je reguliere, geplande zorg levert, komt deze vraag lang niet altijd naar boven. Of er worden geen acties ondernomen door gebrek aan tijd of kennis. Deze vragen hebben wel altijd invloed op de gezondheid en het gedrag van de cliënt.”

Ook op welzijn indiceren
Hoewel Zhan zelf niet indiceert, weet ze dat het lastig is. “Ik zeg altijd dat wij anders indiceren. Niet op verpleging en verzorging, maar ook op welzijn: dat domein wordt niet overal genoeg meegenomen, vooral als productie de norm is.” Ze werk in Zoetermeer en vertelt dat ze laatste hoorde dat een wijkverpleegkundige het opwarmen van de maaltijd had geïndiceerd, omdat de cliënt dit vanwege gezondheidsproblemen niet zelf meer kon. “Ze moest op het matje komen, daar hebben we geen tijd meer voor, werd gezegd vanuit de organisatie.”

wijkverpleging_waargeen_zorgenzGebruik leren maken van netwerken
Dan is het belangrijk om leiderschap te tonen en te staan voor je vak. “We kunnen ons vakinhoudelijk goed bijscholen. Hoe ga je om met dementie of agressie? Maar we hebben in ons werk met allerlei facetten te maken, het gebruiken van netwerken of met positionering. Op die terreinen kan onze beroepsgroep zich nog verder bekwamen.”
De wijkverpleegkundigen van Plicare werken onafhankelijk. “Ik hoop oprecht dat onze functie kan blijven bestaan. Het werk zou voor mij minder uitdagend zijn als ik ook directe zorg zou moeten verlenen. We kijken heel breed. Het is volgens mij mogelijk om het vak in de breedte uit te oefenen, maar geef ons de tijd om ons daarin verder te ontwikkelen.”

Ook achter de voordeur
Wijkverpleegkundigen horen cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden taken uit te voeren. Het een kan niet zonder het ander. “Als je niet achter de voordeur van cliënten komt, weet je minder goed wat er leeft en kun je minder goed bedenken wat de wijk nodig heeft”, stelt José van Dorst. “Onze wijkverpleegkundigen komen ook achter de voordeur bij mensen thuis, vooral juist bij zorgmijders, bij schrijnende gevallen en mensen die we kunnen doorsluizen naar reguliere zorg. Maar we hebben onvoldoende wijkverpleegkundigen en daarom moeten we een focus hebben”, reageert Marja van Leeuwen. Ze waarschuwde in een eerder interview op ZorgenZ.nl voor een versnippering van de wijkverpleegkundige functie. Zij ziet in de praktijk dat wijkverpleegkundigen beide taken niet goed in samenhang kunnen uitvoeren, omdat noodzakelijke zorg altijd voorgaat op wijkgerichte activiteiten. “Ik weet niet of dit zo bedacht is, maar ik zie in de praktijk twee typen wijkverpleegkundigen: degenen die het plezierig vinden om verpleegkundige handelingen uit te voeren en degenen die graag wijkgerichte zorg leveren.”

Samen zorgen voor brede stages
Van Leeuwen vindt dat de thuiszorgorganisaties de hand in eigen boezem moet steken. “We moeten samen promoten dat het een leuk beroep is. Studenten denken nog vaak dat wijkverpleegkunde alleen om ouderen draait en dat ouderen saai zijn. Dat beeld moeten we kantelen. We zijn met de Haagse Hogeschool in gesprek over het curriculum. Met de gemeente, huisartsen en de hogeschool zitten we in een overleg om te kijken hoe we de stages kunnen verbreden. Laat studenten ook bij een huisarts stage lopen. Voor een brede wijkverpleegkundige functie is die verbreding nodig.”

Corina de Feijter

WIJKVERPLEGING, WAARHEEN? – DEEL 4: Het interview met Franca van Rosmalen, kennismanager bij Robuust, verschijnt op dinsdag 6 december a.s.

Reageren? Stuur een mail naar [email protected] of meld een reactie telefonisch aan op nummer 06 53 726097 (Kees Kommer).

(Foto Marja van Leeuwen: Studio Oostrum)

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *