Zorgbesluit met impact voor eerstelijnszorgorganisaties

Zorgbesluit met impact voor eerstelijnszorgorganisaties

Datum: 21 januari 2019

De wijze van zorgverlening en de financiering van de zorg is afgelopen jaren enorm veranderd. Daarom was er behoefte aan actualisering en toelichting op de toepassing van de zorgvrijstelling. Eind december is het besluit met nieuw zorgbeleid gepubliceerd. Daarin is een aantal nadere eisen gesteld die impact hebben voor de (governance)structuur van veel eerstelijnsorganisaties.

Het besluit heeft gevolgen voor vrijwel alle eerstelijnsinstellingen met een BV- of coöperatiestructuur die gebruikmaken van de zorgvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Zij moeten voor de eigen organisatie beoordelen of en hoe aan de aanvullende eisen kan worden voldaan.

Update van BDO
BDO heeft de veranderingen en de gevolgen daarvan voor eerstelijnsorganisaties overzichtelijk beschreven in haar update ‘Eerstelijnszorg & vennootschapsbelasting: de zorgvrijstelling onder druk’.

Een zorginstelling kan een beroep doen op de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting indien het voldoet aan twee voorwaarden:
1. De werkzaamhedeneis:  deze bepaalt dat minimaal 90% zorgactiviteiten worden verricht.
2. De winstbestemmingseis: deze stelt voorwaarden aan de aanwending van winsten.

Werkzaamhedeneis
Beide voorwaarden zijn aangepast. Wat betreft de werkzaamhedeneis: activiteiten van eerstelijnsinstellingen, zoals een gezondheidscentrum en een huisartsendienstenstructuur, moeten voortaan worden getoetst aan algemene kaders die blijken uit de wet en het besluit.  Over directe zorgverlening aan een patiënt zal geen discussie ontstaan. Maar wel onduidelijk zijn de gevolgen voor de vrijstelling van samenwerkingen van instellingen, bijvoorbeeld bij ketenzorg. Dat kan dus discussie opleveren met de Belastingdienst.

Winstbestedingseis
Voor de winstbestedingseis moeten behaalde winsten worden besteed aan de zorg. Eerstelijnszorgorganisaties, veelal BV’s en/of coöperaties, bepalen dat statutair. Volgens de staatssecretaris is dat onvoldoende gewaarborgd en er worden aanvullende voorwaarden gesteld. Dat betekent dat veel eerstelijnsinstellingen hun organisatie mogelijk moeten herstructureren. Diverse partijen, waaronder BDO, hebben dit kenbaar gemaakt bij het ministerie. Het ministerie gaf aan dat ze niet bekend is met eerstelijnsstructuren en open staat voor overleg. Het is derhalve mogelijk om een aantal structuren voor te leggen aan het ministerie.

Overigens stelt de staatssecretaris ook nadere eisen op het gebied van de inrichting van de statuten en de governance.

Overgangstermijn
De staatssecretaris heeft in het besluit aangegeven dat organisaties die reeds een goedkeuring hebben voor toepassing van de zorgvrijstelling, maar niet voldoen aan de winstbestemmingseis, tot 1 januari 2021 krijgen om de structuur te wijzigen en te voldoen aan de gestelde eisen. De zorgvrijstelling kan dus, als aan de andere eisen wordt voldaan, de komende twee jaar nog worden toegepast zonder een gewijzigde structuur.

Actie geboden
Maar actie is wel geboden. Zeker voor eerstelijnsinstellingen met een BV- of coöperatiestructuur die gebruikmaken van de zorgvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Maar ook overige eerstelijnsinstelllingen moeten bekijken naar de impact van dit besluit voor hun eigen organisatie. Ook op het gebied van digitalisering en samenwerkingen en nieuwe financieringen, zoals O&I-gelden, kunnen instellingen er niet zomaar vanuit gaan dat de zorgvrijstelling nog kan worden toegepast.

Zie ook het artikel van PWC over deze kwestie.

(Foto: Shutterstock)

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *