Zorg voor Later: Ben jij er straks voor mij?

Zorg voor Later: Ben jij er straks voor mij?

Datum: 18 maart 2019

In het Brabantse project ‘Zorg voor Later’ worden mensen bewust gemaakt van het belang van een stevig sociaal netwerk. Ze leren hoe ze bijtijds kunnen bouwen aan zinvolle contacten. Een sterk punt van dit project is dat vrijwilligers en beroepskrachten er in een vroeg stadium bij zijn betrokken. Zorg voor Later heeft geprofiteerd van het lokale netwerk waarin inwoners, vrijwilligers en beroepskrachten participeren. Ook de persoonlijke benadering, dat vrijwilligers bij iemand thuis mogen komen praten over dit onderwerp, blijkt goed te werken. Minister Hugo de Jonge (VWS) noemt het project een succesvol voorbeeld van een bewonersinitiatief dat actief is binnen het domein van zorg en ondersteuning. Dit soort initiatieven kunnen volgens de bewindsman een waardevolle bijdrage leven aan de wens van ouderen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en minder afhankelijk te zijn van beroepsmatige zorg.

‘Activiteiten van bewonersinitiatieven, zoals ‘Zorg voor later’, vormen een versterking van de sociale basis in wijken en dorpen en dragen direct bij aan een verbreding van het eigen netwerk. Ik heb daar veel waardering voor’, aldus De Jonge die het voorwoord schreef van het magazine dat CZ heeft uitgebracht over dit project.

Coöperatieve gedachte
Initiatiefnemer van het project in Laarbeek is Don van Sambeek: “Wat betekent het om ouder te worden? Welke alledaagse dingen kan ik nog en wat lukt niet goed meer? Het is verstandig om daar in een vroeg stadium over na te denken en over te praten met je omgeving, je kinderen bijvoorbeeld. Want als je ouder wordt, of je nu alleenstaand bent of een partner hebt, heb je op een gegeven moment ondersteuning of zorg nodig. Je wordt minder mobiel, je kinderen wonen misschien niet in de buurt en hebben een druk leven en je hebt minder contacten. En mantelzorgers staan vaak onder druk.”
Hij benadrukt dat het in de eerste plaats om bewustwording gaat. Maar ook wederkerigheid speelt een rol. “Hier in Laarbeek hebben we een dynamische gemeenschap, er is sprake van een stevige sociale infrastructuur. We hebben veel verenigingen, iedereen is hier ergens lid van. Maar elke club doet zijn eigen ding, ik ben op zoek naar het leggen van verbinding en coördinatie. Dat is de coöperatieve gedachte die we hier van oudsher kennen. We zijn al gewend om zaken samen te doen en op te lossen. En om iets voor een ander te doen. Die wederkerigheid vind ik belangrijk. Want mensen kunnen ook iets voor een ander doen.”
Wat is het volgens hem het geheim van Zorg voor Later? “In alle dorpskernen van Laarbeek hebben mensen actief meegedaan. Ze herkennen de problemen die we aan de orde stellen. Kennelijk wist ik een snaar te raken bij mensen. Ik heb diverse partijen bij elkaar kunnen brengen, waardoor er snel draagvlak voor het project ontstond.”

Vier pilots
Het project Zorg voor Later heeft als belangrijkste doel: een werkwijze ontwikkelen en uittesten die ervoor zorgt dat meer 65-plussers zonder zorg of ondersteuningsvraag een toekomstbestendig netwerk hebben.
De gemeente Laarbeek, de Seniorenraad, de stichting ViERBINDEN, de Coöperatie Koepel zorgcoöperaties Zuid Nederland en CZ hebben in dit project samengewerkt. Het bestaat uit vier met elkaar verweven pilots:
de publiekscampage Zorg voor Later, met mensen die achter je staan: ervaringsverhalen zijn breed uitgezet in de regionale media en tijdens vier Goed Voor Elkaar avonden in de vier dorpskernen van Laarbeek, en er is een website: zorg-voor-later.nl;
de Zorg voor Later invulkaart: een handreiking die mensen kunnen gebruiken om hun netwerk in kaart te brengen. De kaart geeft inzicht in hoe je netwerk eruit ziet en hoe je dat kunt aanvullen;
het Goed voor Elkaar Huisbezoek: mensen die 65 jaar worden, krijgen een aangekondigd bezoek van een vrijwilliger om – als ze dat willen – te praten over hun sociale netwerk;
een vrijwillige netwerkcoach: deze vrijwilliger helpt, meestal op verzoek van een dorpsondersteuner, mensen bij het in kaart brengen van hun netwerk, het versterken of uitbreiden van hun netwerk. Of ze gaan samen het gesprek aan met naasten.

Don van Sambeek: “We zijn hier al gewend om samen zaken te doen en op te lossen.”

Blauwdruk kan niet
De Coöperatie Koepel zorgcoöperaties Zuid Nederland en CZ willen het project graag elders uitvoeren. Van Sambeek waarschuwt dat een blauwdruk van het project maken niet kan. “Dat moeten we niet willen, want elke gemeenschap heeft specifieke kenmerken. Je moet goed nadenken hoe je mensen benadert, met respect voor elkaar. Je hebt een aantal verankeringspunten nodig, zoals de netwerkkaart en de huisbezoeken. Deze methodieken kunnen op andere plaatsen ook gebruikt worden. Mensen hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. De campagne is heel mooi, het geeft een idee waar het project om gaat en wat de bedoeling is. Maar daar red je het niet mee. Hou het ook praktisch en concreet. Het is even zoeken geweest. Er liggen emoties onder de vragen die we stellen.”
Hij benadrukt het heel belangrijk te vinden dat dit soort projecten uit de gemeenschap komen. “Inwoners moeten het zelf oppakken. De coöperatieve gedachte moeten we vasthouden. Ik hoorde laatst over een klein dorp waar nauwelijks voorzieningen zijn. Die willen samenwerken met een ander dorp. Prima natuurlijk, laat iedereen zijn eigen insteek kiezen.”

Herkenbare campagne
Paula Dijkema, onderzoeker bij de GGD Brabant Zuid-Oost, heeft onderzoek gedaan naar het project. Is het doel bereikt? Wat zijn de resultaten van de campagne, huisbezoeken, netwerkcoaches en de netwerkkaart? Werkt de inzet van een netwerkcoach? De hoofddoelstelling van het project, een werkwijze ontwikkelen en uittesten, is zeker bereikt. De start van het project was een bewustwordingscampagne. De verhalen, foto’s en ervaringen gaven de campagne een herkenbaar gezicht en een persoonlijk karakter. Onder meer advertenties, posters, arbri’s, een website en Facebookpagina zijn ingezet om inwoners te informeren. Ook artikelen in de lokale krant hebben geholpen. Deze campagne was een goede stap om de volgende onderdelen, zoals de huisbezoeken, te introduceren in de dorpskernen. “Een geschikte combinatie”, zegt Dijkema.
Mensen die de de Goed voor Elkaar avonden bijwoonden zijn zich bewuster geworden van het belang van een stevig sociaal netwerk. Ze hebben inzicht gekregen hoe hun eigen netwerk ervoor staat en waar hiaten zitten. Voor veel mensen lijkt zelf hulp geven gemakkelijker dan hulp vragen.

Netwerkkaart heeft meerwaarde
Door het invullen van de netwerkkaart krijgen mensen inzicht in hun netwerk. Het is een goed hulpmiddel. Het invullen kan confronterend zijn als mensen tot de ontdekking komen dat ze niet veel mensen hebben op wie ze kunnen terugvallen als ze hulp behoeven. Het is belangrijk om de kaart en waaier onder de aandacht te blijven brengen van beroepskrachten en vrijwilligers in de zorg en het welzijnswerk. Ook kan de kaart nog meer worden benut, bij familiegesprekken bijvoorbeeld. “Via intermediairs kan de kaart nog meer verspreid worden, bijvoorbeeld via sociale activiteiten van de lokale KBO’s. “Maak er een thema van en combineer het met een lunch”, geeft Dijkema als tip. Andere suggesties: maak de kaart geschikt voor mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven. Vraag mensen naar hun ervaringen met het invullen van de kaart en wat ze daarna hebben gedaan. Deel hun ervaringen, bijvoorbeeld via de website of bij sociale activiteiten waar je de kaart introduceert.

Persoonlijke benadering
De huisbezoeken zijn vooral bedoeld om mensen te informeren, adviseren en activeren. Vrijwilligers zijn hiervoor geschoold en waarderen het persoonlijk contact met mensen. ‘Een persoonlijke benadering is nog altijd het beste’, zegt een van de ambassadeurs. Bewustwording en informatie hebben zijn de belangrijkste resultaten van het huisbezoek. Het gesprek gaat over het belang van goede contacten en dat je mensen kent van wie je weet dat die jou willen helpen als dat nodig is. Soms wordt ook gesproken over het aanbieden van hulp, het wederzijds klaarstaan voor elkaar. Een van de bezochte 65-jarigen zei: ‘Omdat het een bezoek aan huis is, beklijft het veel beter. Dit blijft beter hangen’. Mensen zijn blij met de informatiemap die ze tijdens het bezoek krijgen en vinden deze nuttig om later te raadplegen.

Onderzoeker Paula Dijkema: “Flexibel plannen en samen lerend werken heeft de pilot krachtiger gemaakt”

Netwerkcoaches helpen
Deze geschoolde vrijwilligers gaan op pad naar aanleiding van vragen en signalen van mensen die een klein netwerk hebben en daaraan iets willen doen, of van mensen die kampen met eenzaamheid. Ze vullen samen de kaart in. Ze ondersteunen mensen die echt willen werken aan het verbeteren van de kwaliteit van hun netwerk of het krijgen van meer contacten. “De meest coaches zeggen dat de cliënten er baat bij hebben gehad. Door mee te denken over hun situatie en/of een cliënt te bevestigen in de stappen waarover hij twijfelde, zijn dingen helderder geworden, is het bewustzijn vergroot of voelde de cliënt zich krachtiger om stappen te zetten”, aldus Dijkema.

Burgerparticipatie sterk punt
De burgerparticipatie bij Zorg voor Later is groot en dat noemt Dijkema een sterk punt. “Er zijn veel vrijwilligers en beroepskrachten al in een vroeg stadium betrokken. Veel van hen zijn inwoner van Laarbeek. En daarnaast is burgerparticipatie in Laarbeek sowieso een belangrijk principe dat de gemeente stimuleert. Het project heeft van dat sterke netwerk waarin burgers, vrijwilligers en beroepskrachten participeren en samenwerken, kunnen profiteren. En tegelijkertijd heeft het project dat ook weer versterkt. Door in een vroeg stadium inwoners en beroepskrachten erbij te betrekken is eigenaarschap ontwikkeld.”
Zorg voor Later heeft deze mensen ook als ambassadeurs ingezet, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen of vrijwilligers van De Zonnebloem, en andere betrokkenen. Zij kunnen volgens Dijkema ook een rol spelen bij de aanpak van eenzaamheid.

Samen lerend werken
Dijkema noemt een ander sterk punt van het project: “Het was fijn dat niet met van tevoren dichtgetimmerde plannen is gewerkt. Het is niet bij vier losse pilots gebleven, ze hebben elkaar versterkt. Al tijdens het ontwikkelen en uitvoeren konden zaken worden bijgesteld en aangepast.” Dat flexibel plannen en samen lerend werken heeft de pilot krachtiger gemaakt. Dat geldt ook voor de samenhang en de intensieve samenwerking tussen de vier deelprojecten.
Net als Don van Sambeek denkt de onderzoeker dat een blauwdruk niet mogelijk is. “Andere gemeenten kunnen onderdelen van het project kopiëren. Het werkt in Laarbeek goed dankzij de inbreng en betrokkenheid van veel partijen. Mijn advies is: ga eerst praten met betrokkenen in het veld. Vinden ze dit zinvol? Welke elementen uit de Laarbeekse werkwijze passen in hun setting? Hoe geven ze er lokale kleur aan? De start ligt bij een paar enthousiaste mensen die samen kijken waar kansen liggen.”

Netwerkcoach Ger Aarts: “Persoonlijk contact is heel belangrijk.”

Zetje nodig
“Kleine dingen kunnen mensen al op het juiste spoor zetten”, zegt netwerkcoach Ger Aarts. Zij bezoekt mensen die hebben aangegeven graag met een vrijwilliger te willen praten over hoe zij meer contacten en een groter sociaal netwerk kunnen opbouwen en onderhouden. “Eigenlijk zijn het mensen zoals jij en ik, van jong tot oud, ze zitten alleen om een of meer redenen zonder netwerk.”
Na een cursus is Aarts aan de slag gegaan, samen met acht andere vrijwilligers. Het is vaak de dorpsondersteuner uit het plaatselijke wijkteam die mensen met de netwerkcoach in contact brengt. “Het is heel breed wat we doen. In een eerste gesprek maak je kennis met elkaar. We vullen samen de netwerkkaart in, als dat nodig is. Die gaat over veel aspecten van het dagelijks leven. Er komt van alles ter sprake: wat wil iemand zelf, wat zijn de interesses, hoe belangrijk vindt iemand het om nog zelf dingen te kunnen doen, durft iemand hulp te vragen?”
“Ik kan mensen op weg helpen, wegwijs maken. Laatst vertelde een mevrouw dat zij ’s avonds de deur niet meer uit durft. Samen kijken we dan of er ze kan worden opgehaald. We hebben hier veel hulpdiensten, er zijn allerlei mogelijkheden. Mensen hebben soms een zetje nodig. Het persoonlijk contact is heel belangrijk, dan zijn mensen veel meer genegen om iets te vertellen. Het zorgt ervoor dat je een tweede keer mag terugkomen. We proberen mensen actiever te maken. Je biedt een luisterend oor en geeft advies. Het gaat soms om kleine dingen die mensen op het juiste spoor kunnen zetten. Door er samen over te praten, vragen te stellen, kan iemand een stap zetten om weer eens ergens naar toe te gaan of contact te leggen.”

Voor veel mensen lijkt zelf hulp geven gemakkelijker dan hulp vragen

Van onderaf
Wethouder Monika Slaets is heel blij met Zorg voor Later. “Mensen moeten langer zelfstandig thuis blijven wonen en willen dat vaak zelf ook. Maar wat betekent dat? Kunnen ze dat ook? Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat iemand hulp en zorg krijgt. Gevraagd wordt of mensen een beroep kunnen doen op kinderen, familieleden, buren of andere mensen uit hun directe omgeving. Het kan geen kwaad om voor dat het zover is daar eens over na te denken en te praten.”
Slaets bezocht een aantal Goed voor Elkaar avonden. “Het lukt sommige mensen prima om hun netwerk in kaart te brengen. Maar als ik dan vroeg ‘Gaat u hen dan ook echt om hulp vragen?’ viel me op dat veel mensen dat lastig vinden. Het gaat om de vragen: Wie durf je te vragen als je hulpbehoevend wordt? Op wie kun je dan rekenen, en ook zodanig dat je zelfstandig kunt blijven. Volgens mij wordt de drempel om hulp te vragen steeds hoger als je nauwelijks contact hebt en nog weinig buiten komt omdat je bijvoorbeeld slecht ter been bent. Ik denk dat Zorg voor Later helpt om wel die stap te zetten en om hulp te vragen.”
“Het mooie van dit project is dat het van onderaf komt. Naar elkaar omkijken zit in het DNA van de inwoners van Laarbeek. Dat is zo positief en daarom staan mensen hier ook open voor dit project. Natuurlijk kun je mensen niets opleggen, dat werkt ook niet.”
Vooral het sociale aspect van het project spreekt Slaets aan. “Dat persoonlijke contact, dat je iemand recht in de ogen kunt kijken, bij iemand thuis mag komen, dat maakt dit zo sterk. Mensen krijgen een arm om hun schouder, ze krijgen het gevoel dat ze erbij horen, ze voelen zich meer mens.”

Wethouder Monika Slaets: “Het mooie van dit project is dat het van onderaf komt.”

Aanpak
Over de manier waarop het project is aangepakt en de onderlinge samenwerking is Slaets erg te spreken. “Het is hier gelukt om iedereen in zijn waarde te laten. Je moet durven loslaten, niet zeggen: wij mogen tot hier en niet verder. Tijdens de looptijd van het project hebben vrijwilligers hun ervaringen ingebracht. Er is uitdrukkelijk gevraagd naar verbeterpunten en zo is tussentijds de aanpak aangepast. Dat werkt goed.”
Zorg voor Later is niet in beton gegoten, zegt Slaets. “We zitten niet per se aan de leeftijdsgrens vast van 65-plussers. De aanpak kan ook goed werken bij arbeidsmigranten, die hier komen wonen en voor wie alles nieuw is. Nogmaals, een netwerk hebben, daar heeft iedereen baat bij.”
Haar advies: ga in gesprek met inwoners, denk goed na over hoe je mensen bereikt, leg niets op en zorg voor betrokkenheid van instanties en verenigingen.

Goed voor elkaar zorgen
De gemeente en CZ hebben samen financieel bijgedragen aan het project. “Voor ons is de samenwerking met CZ cruciaal geweest. Ook hun kennis heeft geholpen. We zijn blij dat CZ het nut inzag van Zorg voor Later. Overal waar ik kom probeer ik de gedachte achter het project uit te dragen. Het project heeft veel raakvlakken, met mantelzorg, met eenzaamheid. In de kern gaat het over goed voor elkaar zorgen, tijdens alle facetten van het leven”, aldus Slaets.

Blijven investeren in je netwerk voor iedereen belangrijk
De belangrijkste conclusies uit de deelprojecten zijn:

De doelgroep is breder dan 65-plussers en hun kinderen. Het versterken van het netwerk is voor veel meer mensen van belang. Ook onder jongere mensen bestaat veel eenzaamheid. Een aantal 65-plussers gaf aan nog volop in het leven te staan, te werken en een goed netwerk te hebben. Ze zijn nog niet bezig met hulp of zorg uit hun netwerk. Maar bewustwording is voor iedereen, ongeacht leeftijd, belangrijk, juist om te blijven investeren in je netwerk.

Kinderen staan niet per se centraal in het netwerk van 65-plussers. Kinderen zijn weinig betrokken geraakt bij de campagne en waren niet aanwezig bij de Goed voor Elkaar avonden. Wel hebben sommige mensen naderhand met hun kinderen over het onderwerp gesproken.

Netwerkversterking is meer dan de uitbreiding van sociale contacten. Mensen denken vaak dat ze het al best goed voor elkaar hebben, maar de campagne was er ook op gericht om mensen te laten nadenken over de vraag wie er echt voor ze zijn als ze hulp nodig hebben. Om expliciet in te gaan op de vraag: wie durf jij te vragen als je hulpbehoevend wordt? Het gaat dus ook om het gesprek hierover durven aangaan. Daarnaast kan ook ingezet worden op een meer wederzijdse benadering: het versterken van de sociale verbindingen in de kernen, waardoor burencontacten en burenhulp laagdrempeliger en vanzelfsprekender worden.

Lees hier het magazine Zorg voor Later

Meer informatie: [email protected]

(Foto’s: Frank Hoogers)

Corina de Feijter

 

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *