Substitutie in de praktijk

Substitutie in de praktijk

Datum: 14 juli 2015

christine_van_der_pol_zorgenzHUISARTSENPRAKTIJK IN GAANDEREN – De Substitutiemonitor 2015 geeft aan dat substitutie van de tweede naar de eerste lijn op de goede weg is, maar dat er ook nog veel werk te verzetten is. Hoe ervaart Christine van der Pol, huisarts en voorzitter van de Werkgroep Deskundigheidsbevordering Huisartsenzorg Oude IJssel, dat in haar praktijk? Een interview met haar in de Nieuwsbrief van Caransscoop, dat we hier mogen overnemen.

“Bijna tien jaar geleden startte in onze huisartsenpraktijk de eerste praktijkondersteuner (POH). Zij ging zich bezighouden met diabeteszorg. Het succes overtrof eerlijk gezegd mijn verwachtingen. Sommige patiënten zag ik hierdoor zelf wat minder vaak, maar de patiënten waren erg tevreden met de begeleiding, aandacht en uitgebreide uitleg over hun aandoening. De diabeteszorg kwam hiermee echt op een hoger niveau.”

Financiering vanuit het budget tweede lijn
“Als huisarts kon ik daardoor meer tijd aan andere consulten besteden, waardoor mijn werk gevarieerder werd. De tegemoetkoming van de zorgverzekeraar voorzag in de extra kosten voor de huisartsenpraktijk zoals het salaris van POH, de extra uren van de doktersassistente, de uitbreiding van de infrastructuur en de deskundigheidsbevordering van het team.” Christine van der Pol vervolgt: “Wij behandelen diabetespatiënten die vroeger door de internist werden gecontroleerd. De financiering kwam uit het budget van de tweedelijnszorg. Een mooi voorbeeld van substitutie in de zorg: voorkomen dat patiënten een beroep moeten doen op duurdere zorg. Inmiddels is ook de uitvoering van de zorg voor patiënten met COPD en het programma voor primaire en secundaire preventie van hart- en vaatziekten gestart.’

Kaderhuisartsen bevorderen begrip en vertrouwen
“De kaderhuisartsen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de aansturing van de POH en voor het begrip en het vertrouwen van de medisch specialisten. Ik geloof dat dankzij de kaderhuisartsen het is gelukt om de tweede lijn te overtuigen dat de zorg in de eerste lijn minstens zo goed is, misschien zelfs beter door de laagdrempeligheid en meer persoonlijke benadering in de huisartsenpraktijk. De toename van terugverwijzingen vanuit de tweede lijn getuigen van dit vertrouwen bij medisch specialisten én patiënten.”

Veel ballen in de lucht houden
“Het team dat de zorg in onze huisartsenpraktijk levert, is in de afgelopen jaren uitgebreid van vier tot tien personen. Voor het organiseren van de zorg is wel méér overleg, werkafspraken, protocollen en fysieke ruimte nodig. We houden veel ballen in de lucht. De tegemoetkoming van de zorgverzekeraar is niet altijd toereikend. Tegenover verdere substitutie zoals bijvoorbeeld oncologische controles in de eerste lijn moet wat mij betreft naast adequate financiering ook verlaging van het aantal patiënten per normpraktijk staan. Voor mij een voorwaarde om goede huisartsenzorg te kunnen blijven leveren.”

Trots op vertrouwen van de patiënt
“Ik ben blij om te lezen in ‘De Barometer Vertrouwen in de Gezondheidszorg’ van NIVEL, dat het vertrouwen in de huisartsenzorg gelukkig onveranderd groot is. Ondanks alle verschuivingen van zorgtaken en de veranderingen. Als huisartsen mogen wij trots zijn op dat vertrouwen, maar we moeten er ook zuinig op zijn. Als huisartsen moeten we generalisten blijven die de patiënt kent. Dat is onze specialiteit,” benadrukt Christine van der Pol.

logo_caransscoop_zorgenzChristine van der Pol is naast haar werkzaamheden als huisarts ook als adviseur in opdracht van Caransscoop betrokken bij de deskundigheidsbevordering in deze regio.

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

1 Comment

  1. having diabetic educators, dieticians and other health care providers as an extension of the doctors arm so to speak, is no new concept. Your method of funding however is a model to look at more closely. There are also problems arrising from involving healtcare providers in this manner. Conflict of oppinion to mention one. Because the doctor withdrawn from being the primary advisor, it is then also the docto that looses skills and knowledge, which eventually undermine general practice

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *