“Opleiden MBO-verpleegkundigen eist verdiepingsslag”

“Opleiden MBO-verpleegkundigen eist verdiepingsslag”

Datum: 29 november 2016

margriet_van_iersel_zorgenzWIJKVERPLEGING, WAARHEEN? – DEEL 1 – Wijkverpleegkundigen zijn nog niet autonoom genoeg. Ze moeten meer leiderschap ontwikkelen en hebben een andere structuur nodig om hun vak goed te kunnen uitoefenen. HBO-opleidingen ontkennen dat wijkverpleegkunde een andere tak van sport is. Dat verklaarde José van Dorst, voorzitter van de vakgroep Wijkverpleegkundigen van V&VN, onlangs in een interview op ZorgenZ.nl. Het artikel is vaak gelezen. Zorgenz vroeg een aantal betrokkenen om een reactie. Deze worden de komende dagen gepubliceerd. De eerste reactie over MBO-verpleegkundigen komt uit het onderwijs.

Margriet van Iersel, voorzitter van de curriculumcommissie van de HBO-V opleiding van de Hogeschool van Amsterdam, heeft gemengde gevoelens bij de uitspraken van José van Dorst. Zij doet ook promotie-onderzoek naar de beeldvorming van HBO-V-studenten over de wijkverpleegkundige. “Een HBO-opleiding dient een generieke opleiding te zijn, bedoeld voor alle werkvelden, waarvan de wijkverpleegkunde er een van is. Daar zijn de Opleidingen Verpleegkunde het onderling over eens. Wijkverpleegkunde is ook verpleegkunde, het vraagt alleen om specifieke kennis en vaardigheden die anders zijn dan in de overige werkvelden. We leiden onze studenten zodanig op dat zij startbekwaam zijn en daardoor allerlei cliëntsituaties het hoofd kunnen bieden.”

wijkverpleging_waargeen_zorgenzCurricula worden vernieuwd
Volgens Van Iersel krijgt de wijkverpleegkundige nu hoge prioriteit omdat deze professional hard nodig is. “De opleidingen zijn bezig om hun curricula aan te passen voor alle studenten, zodat deze voldoen aan de eisen van Bachelor Nursing 2020, het nieuwe opleidingsprofiel van de HBO-verpleegkundige. Het opleidingsprofiel bevat een aantal nieuwe elementen die samenhangen met de extramuralisering van de zorg. Het gaat onder meer om het ondersteunen van zelfmanagement, het gebruik van het sociale netwerk en het toepassen van zorgtechnologie, indiceren en gezamenlijke besluitvorming.”
De aanpak van de opleiding aan de Hogeschool van Amsterdam bestaat uit twee delen. “We proberen voltijds studenten in de eerste twee jaar te laten nadenken over een alternatief: werken in de wijk. We lichten studenten goed voor en helpen hen bij het maken van een goede keuze. Voor degenen die dat willen, bieden we een verdiepend traject met een minor Complexe wijkverpleegkundige Zorg. Ze lopen in het vierde jaar 30 weken stage. Dan krijgen ze daarnaast ook ondersteunend onderwijs en verdiepende opdrachten over de wijk.”

En de MBO-verpleegkundigen?
Volgens Van Dorst bestaat er voor de MBO-verpleegkundigen die naar HBO-niveau willen geen apart wijkverpleegkundig traject. Daar wordt aan gewerkt. Margriet van Iersel: “We willen ook de MBO-verpleegkundigen een goed traject aanbieden. De thuiszorginstellingen hebben daaraan enorm behoefte. Bij deze verpleegkundigen zit potentieel en zij beschikken al over de nodige competenties. We weten dat het opleiden van MBO-verpleegkundigen een verdiepingsslag vergt. Er zijn ook commerciële initiatieven om hen sneller op te leiden tot HBO-niveau. Er bestaat een spanningsveld tussen sneller opleiden en zorgen dat zij over de benodigde competenties beschikken. We starten in september 2017 met een schakeljaar voor MBO-verpleegkundigen, ook voor MBO-wijkverpleegkundigen, waarna ze in jaar 3 kunnen instromen in een duaaltraject. De studenten die succesvol en ‘makkelijk’ de eerste twee jaar doorlopen, kunnen dan in het laatste jaar de opleiding met een half jaar versnellen.”

Verwachtingsmanagement bij studenten
Meer autonomie voor de wijkverpleegkundige is zeker nodig, erkent Van Iersel. “Dat past ook bij de HBO-opgeleide verpleegkundige, het zit in de competenties. Onze verpleegkundigen kunnen door klinisch te redeneren in complexe situaties zelfstandig besluiten nemen, dat is bij uitstek wat we onze studenten leren.” Het ideale plaatje is dat wijkverpleegkundigen individuele zorg en populatiegerichte zorg leveren. De werkelijkheid is weerbarstiger. “We weten welke kennis daarvoor nodig is, we leren onze studenten te werken met bijvoorbeeld epidemiologische gegevens van de gemeente. Maar in de praktijk zijn er knelpunten, omdat individuele zorg niet kan wachten. Dat bespreken we met onze studenten voordat ze op stage gaan. In die zin doen wij dus ook aan verwachtingsmanagement.”

Corina de Feijter

WIJKVERPLEGING, WAARHEEN? – DEEL 2: Het interview met Ineke Voordouw verschijnt op woensdag 30 november a.s.

Reageren? Stuur een mail naar [email protected] of meld een reactie telefonisch aan op nummer 06 53 726097 (Kees Kommer). 

(Foto Margriet van Iersel: Studio Oostrum)

 

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *