Wijkverpleegkundige: “Van elkaar leren in nieuwe rol”

will_molenaar_laura_hollenberg_zorgenz

Will Molenaar, adviseur van ZONH (l.) en Laura Hollenberg, ambassadeur en wijkverpleegkundige in Den Helder. (Foto: Margo Adrichem)

TEAMOPBOUW IN DE WIJK (6) – Als Zichtbare schakel heeft wijkverpleegkundige Laura Hollenberg uit Den Helder gepionierd met wijkgericht werken. Ze bouwt nauwe relaties op met de eerste lijn en het sociale domein. Haar ervaringen met deze nieuwe rol en taken kan ze met collega’s die ook wijkgebonden taken hebben, in een intervisiegroep bespreken. De intervisiebijeenkomsten worden door ZONH gefaciliteerd.

Laura Hollenberg werkt als wijkverpleegkundige bij Omring in Den Helder, in de wijk Nieuw Den Helder en Huisduinen. Naast zorg leveren heeft ze ook een signalerende en preventieve taak. Ze komt achter de voordeur bij mensen thuis, begrijpt hun situatie, kan hen toeleiden naar een welzijnsactiviteit of andere hulpverleners inschakelen. Door wijkgericht te werken en te netwerken heeft Laura een goed beeld gekregen van haar wijk. “Het kan altijd beter natuurlijk, maar we hebben een goede sociale kaart. Ik weet wie ik waarvoor kan inschakelen. Door het programma Zichtbare schakel ben ik daar verder in dan collega’s elders. Het hoort zo bij ons vak: je moet weten wie je waarvoor moet hebben.”

Op 20 september schetste José van Dorst, voorzitter van de vakgroep Wijkverpleegkundigen V&VN, in een uitgebreid interview op Zorgenz de actuele situatie in de wijkverpleging. Dat is nuttige achtergrond bij deze serie wijkverpleegkunde in de praktijk.

Het gaat erom dat je de juiste mensen kent
Laura maakt geen deel uit van een sociaal wijkteam. Er is in Den Helder sprake van één sociaal wijkteam maar dat krijgt volgens haar voornamelijk vragen die gericht zijn op de jeugd. “Dat komt doordat de ouderenzorg hier al redelijk goed is georganiseerd. De huisartsen in de wijk weten me goed te vinden. Ik denk wel dat er een groep mensen is die we nog niet in beeld hebben: mensen zonder specifieke zorgvraag of weinig of geen sociale contacten. We kunnen nog meer wijkgericht werken. Misschien is preventief huisbezoek een idee.” Laura mist het dus niet: deel uitmaken van een wijkteam. “Waar het om gaat, is dat je de juiste mensen kent en dat je die snel kunt inschakelen. De structuur is dan minder van belang.”

Intervisie voor wijkverpleegkundigen
Op verzoek van de thuiszorgorganisaties faciliteert ZONH intervisiebijeenkomsten voor de wijkverpleegkundigen met niet-persoonsgerichte taken. ZONH doet dit mede in opdracht van zorgverzekeraar VGZ. Wijkverpleegkundigen staan voor vragen als: hoe krijg je zicht op organisaties die in je wijk actief zijn, hoe kun je netwerken, hoe profileer je jezelf? Will Molenaar, adviseur bij de ROS ZONH: “Zij worden in hun nieuwe rol belast met de taak om zorg- en welzijnstaken tijdig te signaleren, zowel op individueel als op wijkniveau. Hierdoor krijgt de wijkverpleegkundige intensievere contacten met de eerstelijnszorg, het sociale domein en het wijkteam. Van belang is dat wijkverpleegkundigen niet alleen het sociale domein en het wijkteam, maar ook elkaar leren kennen, en dat ze, waar mogelijk, een eenduidige werkwijze ontwikkelen. We hopen zo samen een verdiepingsslag te maken rondom de professionalisering van de voor hen nieuwe wijkgerichte taken. Het gaat vooral over de vraag hoe je invulling geeft aan de niet aan een cliënt gebonden taken.”
Als neutrale organisatie brengt ZONH de wijkverpleegkundigen en wijkteams in kaart en organiseert de bijeenkomsten. Er zijn nu zes bijeenkomsten geweest. Het project loopt tot 31 december 2016. De bedoeling is dat de intervisiegroepen daarna zelfstandig verder kunnen.

Uniforme aanpak bestaat niet
Volgens Will Molenaar hebben de wijkverpleegkundigen uiteenlopende ervaring met het werken in de wijk. Ook de samenstelling en taken van de wijkteams wisselen. Hierdoor kan de werkwijze van de wijkverpleegkundigen erg verschillen. Er is geen blauwdruk. Will: “We concluderen dat de wijkverpleegkundigen als het om de vakinhoud gaat, op één lijn zitten. Dat merken we als we een casus bespreken. Ze vullen elkaar aan, geven tips en inspireren elkaar. Maar bij de invulling van hun welzijnstaken en organisatorische taken spelen de cultuur van de gemeente, organisatie en cliënten een rol. Er is geen sprake van een eenduidige invulling en dat is volgens de wijkverpleegkundigen ook niet erg. Je moet rekening houden met de behoefte en wensen van cliënten. Er bestaat geen uniforme aanpak voor elke wijk.”

will_molenaar_laura_hollenberg_zorgenzSchuldgevoel verdwijnt
Bij de twee bijeenkomsten in juni was het thema ‘Wijkgericht werken doe je samen’. Voor deze bijeenkomsten was een jongerenwerker uit Noord-Holland uitgenodigd. Er blijken namelijk overeenkomsten te bestaan tussen de wijkgerichte taken van een wijkverpleegkundige en een jongerenwerker. Deze welzijnsprofessional kijkt wat nodig is en wie daarbij een rol kunnen nemen, koppelt partijen en bewoners aan elkaar en kijkt daarbij over de grenzen heen. “De intervisiebijeenkomsten hebben de deelnemende wijkverpleegkundigen geprikkeld om meer aandacht en energie te besteden aan de niet aan een cliënt gebonden taken. Zij geven aan nog altijd in een groeiproces te zitten. Ze zien drukte bij hun collega’s in de verzorging en zijn dan geneigd om mee te werken met de cliëntgebonden taken, omdat zij anders vinden dat ze hun collega’s in de steek laten. Dit schuldgevoel verdwijnt zodra ze zelf goed kunnen verwoorden waarom het wijkgericht werken zo belangrijk is.”

Een regionaal platform als aanspreekpunt?
Laura Hollenberg heeft de afgelopen tijd de intervisiebijeenkomsten bezocht. “We hebben het vooral gehad over hoe je je rol als wijkverpleegkundige oppakt. Het is zeker leerzaam en belangrijk om elkaar te ontmoeten en ervaringen te delen. We hebben informatie gehad over het beroepsgeheim en over hoe je een wijkplan kunt maken. Nu zijn we aan het onderzoeken wat een regionaal platform zou kunnen betekenen. Hoe kunnen we dan een aanspreekpunt zijn van de wijkverpleegkundigen in onze regio? Hoe kunnen we vanuit de inhoud een aanspreekpunt zijn voor derden? Wat wordt het bestaansrecht van dit platform, hoe verhoudt het zich tot het Landelijk Wijkverpleegkundig Genootschap waarin mijn werkgever Omring participeert? Hoe betrekken we de achterban erbij? De eerste reacties zijn in ieder geval positief. Het zou fijn zijn als we bijvoorbeeld scholing in de regio kunnen volgen.”

VGZ: ideale plaatje hebben we nog niet – Marja Flameling, senior inkoper integrale zorg regio Noord van VGZ, geeft aan nog geen blauwdruk te hebben voor de invulling van wijk gebonden taken. “De wijze waarop het ingevuld wordt, is afhankelijk van de gemeente en de wijk. In 2017 continueren wij zo veel mogelijk de afspraken die we in 2015 maakten over de financiering van wijkverpleegkundigen met wijkgerichte taken.” Marja Flameling ziet dat lang niet overal een goede infrastructuur op wijkniveau aanwezig is. “Dat komt omdat wijkverpleegkundigen hun rol verschillend oppakken en invullen. Het ligt er ook aan hoe gemeenten hun sociale domein hebben gerealiseerd. De ene wijk is complexer dan de ander, er is verschil in cohesie. Belangrijker is een goede relatie met het sociaal wijkteam, dat zorgverleners elkaar kennen en weten te vinden. Als het de insteek is om elkaar beter te leren kennen, staat VGZ positief tegenover een regionaal platform.”

Corina de Feijter

logo_zonmw_zorgenzTeamopbouw in de wijk – In een serie over wijkverpleegkundige zorg komen de actuele vragen aan bod. Het zijn interviews met wijkverpleegkundigen over hun positie in de wijk en de eerste lijn, de toegenomen samenwerking met andere zorgprofessionals en de steun die ze daarbij kunnen krijgen van ROS’en. Het creëren van die positie hangt samen met de bekostiging van de wijkverpleging sinds januari 2015 vanuit de Zorgverzekeringswet, waardoor de wijkverpleegkundigen ook nieuwe taken hebben gekregen. ZonMw, die deze serie mogelijk maakt via het programma Zichtbare schakel, ondersteunt deze herpositionering in de wijk.
Deel 1 van Teamopbouw in de wijk zijn twee interviews met wijkverpleegkundige en ambassadeur Manuela van Stijn en ZONH-adviseur Monique de Wit.
Deel 2 van Teamopbouw in de wijk is een interview over ouderenzorg in de Haarlemmermeer met wijkverpleegkundige Ilja van Dam en Reos-adviseur Monica van Papendrecht.
Deel 3 van Teamopbouw in de wijk gaat over de oprichting van een regionaal platform in de Achterhoek, met wijkverpleegkundige Marieke Reijers en Caransscoop-adviseur Wilma Nijenhuis.

Deel 4 van Teamopbouw in de wijk is gesitueerd ten zuiden van Zwolle waar de eenzaamheid van ouderen het onderwerp is. Een interview met wijkverpleegkundige Marianne Harmsen en Progez-adviseur Anniek Appelman.
Deel 5 van Teamopbouw in de wijk speelt in Nijmegen. Preventie in de wijk, daarover vertellen wijkverpleegkundige Ellen Harleman en Robuust-adviseur Jacqueline Philipsen.

 

 

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *