John Hoenen begeleidt ‘Passievolle bemoeials’

john_hoenen_reos_zorgenzZELFMANAGEMENT IN DE PRAKTIJK – John Hoenen, adviseur bij Reos en namens het ROS-netwerk consulent bij Zelfzorg Ondersteund, helpt zorggroepen bij het realiseren van eigen regie door de patiënt. Hij kent de valkuilen van dergelijke complexe veranderingen en staat projectleiders met raad en daad bij.

“In de praktijk hebben deze projectleiders in zorggroepen allemaal andere functiebenamingen. Ik noem ze wel eens ‘passievolle bemoeials’: mensen die elk bezig zijn om persoonsgerichte zorg en eigen regie in de chronische zorg een boost te geven”, zegt John Hoenen.

Grote verschillen tussen zorggroepen
Zorggroepen die daadwerkelijk een stap willen zetten met zelfmanagement, kunnen via Zelfzorg Ondersteund een Scan&Plan doorlopen: Stapsgewijs helpt een consulent de zorggroep bij het uitwerken van een verbeterprogramma. Al zo’n 60 zorggroepen in Nederland zijn daarmee bezig: sommigen zijn ook al gestart met het uitvoeren van diverse activiteiten om zelfmanagement op een hoger plan te brengen. “De verschillen zijn groot: sommige zorggroepen staan aan het begin en werken aan een visie en een actieplan. Anderen zijn al wat verder en doen praktische experimenten, zoeken naar verbeteringen of opschaling. Wat zijn goede gewoonten en hoe zorgen we dat deze als vanzelfsprekend deel uitmaken van ons dagelijks werk? Een enkele zorggroep heeft zelfmanagement ingebed in de dagelijkse werkwijze en procedures, maar dat zijn er nog niet veel”, aldus Hoenen.

Samen ontdekken is effectiever dan voorschrijven hoe het moet
Regelmatig zit Hoenen aan tafel met een projectleider die binnen een zorggroep met zelfmanagement aan de slag wil. “Een projectleider heeft een ingewikkelde taak, want zelfmanagement invoeren doe je niet zomaar even. Het omvat veel aspecten en is daarom een complexe verandering. De visie moet scherper, de houding van professionals moet coachender worden, er zijn nieuwe hulpmiddelen nodig, er moet extra tijd die dit werken in eigen regie vraagt, beschikbaar komen en patiënten moeten wennen aan de nieuwe werkwijze. Dit regel je niet even met een cursus. Projectleiders lopen tegen allerlei zaken aan, hebben te maken met vertraging of frustratie. Het werkt niet als ze tegen de huisartsen en praktijkondersteuners zeggen: zo moeten we het doen. Het is samen pionieren, nadenken over hoe je het kunt aanpakken bij patiëntengroepen.”

“Een visie die werkt, ontregelt een beetje”

Aanpak afstemmen op wat bij zorgverleners past

Ook projectleiders verschillen onderling, merkt Hoenen op. “Een aantal pakt zulke projecten heel planmatig aan. Soms rem ik dat wat af en adviseer hen om meer ruimte te laten voor samen ontdekken. Het is belangrijk dat ze niet teveel voorschrijven aan huisartsen en praktijkondersteuners hoe het moet. Dat is net zo ineffectief als tegen een patiënt zeggen wat hij moet doen of nalaten. Nee, je vraagt wat een patiënt belangrijk vindt of wil bereiken, en samen bespreek je hoe hij hieraan het beste kan werken. De informatie en het advies worden afgestemd op het verhaal van de patiënt. Op diezelfde manier moet een projectleider te werk gaan: de aanpak en ondersteuning van zelfmanagement moeten zijn afgestemd op wat de huisartsen en praktijkondersteuners belangrijk vinden en wat bij hen past.”

Hoofd, hart en handen
Hoe organiseer je een complexe verandering als het invoeren van zelfmanagement? Belangrijke onderdelen zijn: visie, vaardigheden, prikkels, middelen en actieplan. Hoenen benadrukt dat het belangrijk is om geen enkel onderdeel achterwege te laten. “Een visie is essentieel. Die moet een zorggroep zelf bedenken, die is eigenaar van het beleid. Een visie valt uiteen in hoofd, hart en handen: wat zijn de feiten, om hoeveel patiënten gaat het, wat gaat er mis als we het niet doen. In een visie moet energie zitten, mensen moeten er lichtjes van in hun ogen krijgen, maar hij moet ook concreet zijn: wat wordt er praktisch bedoeld? De projectleider moet vaak ook het bestuur van de zorggroep overtuigen om echt aan de slag te gaan met zelfmanagement.”
Bij vaardigheden gaat het onder meer om zaken als motiverende gespreksvoering, het gebruik van een individueel zorgplan of instructie hoe patiënten zelf zaken kunnen meten en opslaan in het persoonlijk gezondheidsdossier.

“Het principe van ‘advies op maat’ moet in de hele verbeteraanpak van een zorggroep doorklinken” 

Beloon met ondersteuning of in het zonnetje zetten
In een effectieve verbeteraanpak wordt gebruik gemaakt van beloning om de gewenste ontwikkeling te stimuleren. Dat gaat zeker niet altijd om geld. “We adviseren om onderscheid te maken tussen voorlopers, de middengroep en achterblijvers. Prikkels werken voor elke groep anders. Huisartspraktijken die zelf gemotiveerd zijn om met zelfmanagement aan de slag te gaan, kunnen mee ontwikkelen en werkwijzen uitproberen. Ze voelen zich beloond met ondersteuning en moeten af en toe in het zonnetje gezet worden. De middengroep wil niet achterblijven en wordt gemotiveerd door ‘wat normaal’ is. Zorg dus voor vergelijkende informatie en regel onderling contact tussen praktijken waarin routines uitgewisseld kunnen worden. Voor medische zaken zijn er goede indicatoren om werkwijzen te vergelijken; voor zelfmanagement nog niet. Met verschillende meetinstrumenten en werkwijzen doen we nu ervaring op.”
Nog een advies van Hoenen: Richt je in het begin niet te veel op de achterblijvers. “In een later stadium kun je regelen dat het steeds minder aantrekkelijk wordt om niet mee te doen. Maar let op: de aanpak van persoonsgerichte zorg past niet in één protocol: verschillen tussen praktijken hoeven niet erg te zijn. Een eigen stijl van werken blijft essentieel.”

Verschil is de motor van innovatie
Het valt Hoenen op dat zorggroepen de neiging hebben om alle huisartsenpraktijken over een kam te scheren. “Maar verschil is de motor van innovatie. Maak de verschillen zichtbaar, benoem ze en leer ervan. Dat is beter dan met een blauwdruk opleggen hoe elke praktijk persoonsgerichte zorg moet vormgeven. Roep vragen op: Waarom lukt het de ene praktijk veel beter dan de andere? Daarmee wordt professionele nieuwsgierigheid en motivatie aangewakkerd. Dat principe geldt ook voor patiënten die meer regie willen over hun aandoening en leven. Iemand moet adviezen krijgen die afgestemd zijn op persoonlijke doelen. Het principe van ‘advies op maat’ moet in de hele verbeteraanpak van een zorggroep doorklinken.”

Meerwaarde ROS-ondersteuning
“De meerwaarde van de ROS’en bij zelfmanagement ligt in de advisering bij de opzet van een project. De terminologie kan per ROS verschillen maar we kennen de valkuilen en weten wat elders goed gewerkt heeft. Soms hebben we ook een rol bij het uitvoeren van onderdelen van een project. Wij bieden ondersteuning die past bij wat een zorggroep of praktijk nodig heeft. We organiseren bijeenkomsten waar projectleiders het implementeervak van elkaar kunnen leren. Zorgverleners met belangstelling voor het onderwerp, bieden we scholing. Zodanig dat zij als ambassadeurs hun collega’s over de streep kunnen trekken. En last but not least: eigen regie speelt niet alleen in de chronische zorg van de eerste lijn, maar ook in de wijkverpleging, Wmo, ouderenzorg en ziekenhuiszorg. Reos legt regionaal verbindingen tussen die ontwikkelingen zodat synergie ontstaat.”

Corina de Feijter

(Foto John Hoenen: Hans Roggen/Reos)

 

Gerelateerde berichten

Auteur: Zorgenz
Categorie: Nieuws
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *