E-health helpt nog weinig bij verlichten eerstelijns-zorgdruk

Nieuwe technologie heeft steeds meer impact op samenleving en bedrijfsleven. De verwachting was dat digitale toepassingen op basis van onder meer smartphones de toenemende druk op de eerstelijnszorg kunnen verlichten. Daar komt in de praktijk echter nog weinig van terecht. Dat stelt Martine Huygens in haar proefschrift ‘A patient perspective on eHealth in primary care: critical reflections on the implementation and use of online care services’, waarop zij onlangs is gepromoveerd aan de Universiteit van Maastricht. Dat schrijft ICT&Health.

Online patiëntportalen, zorgapps en thuismeet-apparaatjes worden op grote schaal ontwikkeld, met als doel de kwaliteit en efficiëntie van zorg te verbeteren. Maar de ontwikkeling zet niet door naar praktische en grootschalige toepassingen, zo concludeert Martine Huygens. Een belangrijke oorzaak is dat er nog veel vraagstukken zijn over het nut en het grootschalig gebruik van e-health.

Gebruik door patiënten afhankelijk van zorgaanbieder
Huygens kijkt in haar proefschrift vooral vanuit het perspectief van de patiënt en onderzocht de behoefte aan en het gebruik van e-health. Volgens Huygens is het gebruik van e-health door patiënten afhankelijk van de zorgaanbieder. Reden om te kijken naar het bredere e-health landschap. Daarbij bleek dat naast patiënten en zorgverleners, ook e-health ontwikkelaars, ondernemers, zorgverzekeraars en beleidsmakers een bepalende rol spelen in het gebruik van e-health in de eerstelijnszorg.

Gebruik online diensten laag
Huygens inventariseerde als een uitgangspunt voor haar studie het gebruik van online diensten waarmee patiënten via internet contact kunnen maken met hun huisarts. Het daadwerkelijk gebruik van zulke online zorgdiensten door patiënten was erg laag. Online video consultatie werd (in 2013) het minste gebruikt (0%), het aanvragen van online herhaalrecepten het meeste (10%). Toch stond een aanzienlijk deel van de mensen die de online diensten niet hadden gebruikt wel positief tegenover het gebruik ervan in de toekomst. Dit varieerde van 15 procent (online videoconsultatie) tot bijna 50 procent (online inzicht verkrijgen in persoonlijke medische gegevens).

Mensen niet op de hoogte van online zorgdienst
Opvallend was dat veel mensen niet wisten of een online zorgdienst aangeboden werd in hun huisartsenpraktijk. Ook antwoordde een groot aantal mensen niet te weten hoe ze het gebruik en de werking van een online zorgdienst moesten beoordelen. Het lijkt er daarom op dat de Nederlandse bevolking geen sterke mening heeft over het gebruik van online zorgdiensten in de huisartsenpraktijk.

E-health moet persoonlijke zorg ondersteunen
Welke verwachtingen en behoeften hebben mensen met diabetes, COPD en hart- en vaatziekte over zelfmanagementondersteuning en e-health? Elke ziektegroep had dezelfde algemene vereisten voor e-health op het gebied van gebruikersgemak, betrouwbaarheid en privacy. Ook vermeldde elke groep dat de patiënt zelf moet kunnen kiezen of ze e-health willen gebruiken en dat digitale zorgtoepassingen persoonlijke zorg moet ondersteunen en niet vervangen.

Mate van controle over ziekte speelt een rol
De verwachte voordelen van e-health en de mate van controle die mensen zelf hebben over hun ziekte, blijken belangrijke aspecten te zijn die invloed hebben op de bereidheid van patiënten om e-health ter ondersteuning van zelfmanagement te gaan gebruiken. Dit duidt volgens Huygens op verschillen tussen patiëntgroepen in de mate waarin bepaalde e-health toepassingen bij zelfmanagement voor hen van belang kunnen zijn.
Zo zijn mensen met diabetes het meest bereid om e-health ter ondersteuning van zelfmanagement te gebruiken. Mensen met een hart- en vaatziekte gaven vaker aan dat ze weinig behoefte hadden aan deze ondersteuning, omdat hun ziekte weinig invloed had op hun dagelijkse leven.

Aanbevelingen voor stakeholders
Zorgmanagers en zorgverleners dienen een duidelijke e-health visie te creëren, waarmee ze actief in gesprek kunnen gaan met zorgverzekeraars, zodat ze samen (financierings)afspraken kunnen maken. Daarnaast spelen zorgverleners een belangrijke rol in het informeren van patiënten over e-health, zodat onduidelijkheden over beschikbaarheid, gebruik, veiligheid en meerwaarde verminderd kunnen worden.
Verder beveelt Huygens zorgverleners aan om goed te overwegen aan wie ze e-health aanbieden en op welk moment in het ziekteproces. Duidelijk moet zijn welke patiëntgroepen de meeste meerwaarde van e-health ondervinden en wie niet in staat zijn om e-health te gebruiken.

Patiënten kunnen actieve rol spelen
Ook patiënten kunnen een actieve rol spelen in de opschaling van e-health. Ze kunnen met hun zorgverlener in gesprek te gaan over e-health, of hun zorgverleners stimuleren om een e-health visie te creëren. Hiervoor zullen patiënten wel een goed beeld moeten hebben van de mogelijkheden van e-health. Het is vooral belangrijk dat patiënten het gebruik van e-health overwegen en dat zorgverleners een open sfeer creëren waarin de patiënt zich bevoegd voelt om e-health te vragen.

(Foto: Shutterstock)

 

Gerelateerde berichten

Auteur: Zorgenz
Categorie: Nieuws
Tags: , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *