De zorgcoöperatie: “Kleinschaligheid en eigenheid blijven intact”

zorgcoöperatie_zorgenzKOM MAAR OP! – “Dit wordt de toekomst, samenwerken in een coöperatie. Het haalt het grootste talent in medewerkers naar boven.” Aan het woord is Hennie van Tintelen, samen met Antoinette Habraken en Yvonne de Ruijter een van de oprichters van de zorgcoöperatie Thuisbasis Brabant.

Wie zijn jullie en wat doen jullie?
“Wij zijn sinds kort een coöperatie en wij bestaan uit 27 leden: 4 wijkverpleegkundigen, 18 verpleegkundigen en 5 ziekenverzorgenden. Wij verlenen zorg in Noordoost- en Midden-Brabant. Wij hebben bewust gekozen voor specialismen, zoals een longverpleegkundige, een gespecialiseerd palliatief verpleegkundige die terminale zorg kan bieden en meerdere zorgverleners die hoog-complexe medische handelingen kunnen verrichten. Wij werken eigenlijk al als wijkverpleegkundigen, wij schakelen voortdurend.”

Hoe is jullie coöperatie ontstaan?
“Wij hebben hiervoor samengewerkt in zes zelfstandige, zelfsturende teams en deden mee aan de AWBZ pilot Zorg in Natura (ZiN) voor zzp’ers in de zorg. Toen er een paar maanden geleden allerlei berichten verschenen over zzp’ers, hebben wij bedacht dat wij door wilden met ons werk, in welke vorm dan ook. Ik heb contact gezocht met de zorginkoper van het zorgkantoor. In gesprek met het VGZ heb ik laten weten dat het zonde is dat onze efficiënte manier van werken zou moeten ophouden, een drama ook voor onze cliënten. We kregen te horen dat er een coulanceregeling zou komen voor zzp’ers en dat we een plan konden indienden. Dat wilden we wel. Wij hebben passie voor ons werk en we wilden onze cliënten niet loslaten. Daar hebben we elkaar op gevonden. Ik heb me verdiept in alle regels en procedures. We hebben gekozen voor de coöperatie.”

Is dat een lastige keuze geweest?
“Voor sommige collega’s is het spannend. Ze zijn zo gewend om te doen wat ze doen en waar ze goed in zijn. ‘Laat mij maar lekker zorgen’, dat hoor je vaak. Je moet een bepaald type zorgondernemer zijn, dit is echt wat anders dan bij een thuiszorgorganisatie in dienst zijn of een concept als Buurtzorg. Hier ben je ook eigenaar van de coöperatie. Ik denk dat dit de toekomst wordt. Door dit eigenaarschap ben je zo betrokken, het haalt het grootste talent in mensen naar boven. Maar je moet wel open staan voor persoonlijke ontwikkeling en geen mentaliteit van 8 tot 5 hebben. Wij zijn volledig eigenaar over onze agenda. Problemen lossen we zelf op. We zijn daardoor soms ook kwetsbaar, bij ziekte en vakantie.”

Wat zijn jullie uitgangspunten?
“Wij willen vasthouden aan onze kleinschaligheid. Onze cliënten weten wie we zijn, wanneer en hoe laat we komen. We kennen de basisbehoeften van onze cliënten. We weten wat ze nodig hebben, het is heel basaal maar daar worden wij blij van. Daarnaast hebben we onze expertise. We doen ook wat extra’s, bijvoorbeeld een cliënt ergens ’s avonds naartoe brengen als er geen taxi’s beschikbaar zijn. Of dat nu mag of niet, wij doen dat. Onze eigenheid willen we intact houden. Het gaat volgens ons om de verbinding met anderen, de wederkerigheid. Pas dan gaat zorg renderen. De cliënt komt dan in beweging. Wij denken ook niet in grenzen van een wijk of buurt.”

Hoe is jullie financiering nu geregeld en hoe is dat gelukt?
“Wij hebben de inkoopprocedure van VGZ doorlopen en een bedrijfsplan opgesteld. We hebben gezamenlijk aanbesteed op het verrichten van verpleegkundige en verzorgende handelingen (S2-segment), de handen aan het bed. Dat kunnen we namelijk en willen we handhaven. We hebben hiervoor één budget gekregen. Het is ons streven om dit door te ontwikkelen naar de collectieve wijktaken, als contacten onderhouden met het sociale wijkteam, het S1-segment. In de pilot was het zo dat iedere cliënt als een opdrachtgever werd beschouwd. We weten niet hoe dat nu gaat en hoe de fiscus de coöperatie beoordeelt. Daarom hebben we onze leden aangeraden om er twee opdrachtgevers naast te houden, met een pgb bijvoorbeeld of particulier. Het is absoluut nog pionieren.”

Hoe zie je 2015, wordt het een spannend jaar?
“Nee, dat denk ik niet. Ik heb zoiets van: Kom maar op. Ik vind het geweldig dat VGZ ons deze kans geeft, daaruit spreekt vertrouwen. Ik wil onze meerwaarde laten zien, onze eigenheid. Dat kun je niet meten met cijfers, dan sla je de plank mis.”

Corina de Feijter

(Foto: Robert Knetschke/Shutterstock)

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *