Inzet van wijkteams werkt niet kostenbesparend

Inzet van wijkteams werkt niet kostenbesparend

Datum: 21 januari 2019

Door vroeg problemen te signaleren, zouden  wijkteams via een integrale aanpak passende zorg inzetten en zo duurdere zorg vermijden. Uit de publicatie van het Centraal Planbureau (CPB) ‘De wijkteambenadering nader bekeken. Het effect van de inzet van wijkteams op Wmo-zorggebruik’ blijkt dat wijkteams niet tot minder maar tot meer dure zorg leiden.Opvallend dus, want de wijkteams zijn juist in het leven geroepen om duurdere hulp te laten dalen.

Gemeenten zetten wijkteams in om de zorg dicht bij de cliënt te organiseren, bijvoorbeeld via mantelzorg. Alleen als dit niet mogelijk is, wordt professionele zorg ingezet. In de meeste gemeenten is het aantal doorverwijzingen naar professionele zorg over de periode 2015-2017 toegenomen. Echter, in gemeenten met wijkteams is het aantal doorverwijzingen in deze periode met 14 procent harder gestegen dan in gemeenten zonder wijkteams.

Afschaling
De onderzoekers noemen het opvallend dat het inzetten van wijkteams niet leidt tot afschaling van zorg. omdat in veel gemeenten wijkteams erop gericht zijn om de oplossing voor de hulpvraag, indien mogelijk, dichtbij de cliënt te zoeken. Afschaling van dure vormen van ondersteuning is zelfs een formeel doel van de Wmo 2015. ‘Uit onze analyse blijkt verder dat de stijging van 14 procent vooral gedreven wordt door de groep gemeenten waar aanbieders van Wmo-maatwerktrajecten in het team zitten. Uiteraard gaat het hier om een gemiddeld effect: er zijn gemeenten die te maken hadden met een grotere stijging en daarnaast zijn er gemeenten die een kleinere groei laten zien.’

In de NRC meldt CPB-onderzoeker Sander Gerritsen dat meer doorverwijzen niet onwenselijk hoeft te zijn. ‘We hebben puur naar de kosten gekeken. En dan is de conclusie: het vele doorverwijzen gaat regelrecht in tegen de besparende bedoelingen van de Wmo.’

Verklaring
Vooral in gemeenten waar wijkteams (deels) bestaan uit zorgprofessionals in dienst van een zorgaanbieder neemt doorverwijzing naar de professionele zorg toe. Daar ligt volgens het CPB dan ook mogelijk een verklaring. ‘Met hun plek in het wijkteam hebben deze professionals een belangrijke stem over wie in aanmerking komt voor deze zorg. In gemeenten zonder wijkteams zijn het doorgaans Wmo-consulenten, werkzaam bij een gemeentelijk Wmo-loket, die over de toegang gaan. Mogelijk houden zij meer rekening met de kosten voor de gemeente dan de zorgprofessionals. Een zorgprofessional zal daarentegen bovenal het beste voor de cliënt willen, ook als dat betekent dat er dure tweedelijnshulp ingezet moet worden’, aldus de onderzoekers van het CPB.
Verder wijzen de CPB-onderzoekers erop dat zorgprofessionals beter de weg kennen naar ondersteuning in de tweede lijn en dus de oplossing sneller daar zoeken. Tot slot kan een professional van een aanbieder uit de tweede lijn, naast een intrinsieke motivatie, ook een financieel motief hebben om cliënten door te verwijzen naar een maatwerkvoorziening. ‘Zolang er in de tweede lijn per uur of per cliënt vergoed wordt, heeft de moederorganisatie namelijk baat bij een groot cliëntenbestand’, aldus het CPB.

Verborgen problemen boven tafel krijgen
De samenstelling van het team is waarschijnlijk niet de enige verklaring voor het stimulerende effect van wijkteams op het Wmo-zorggebruik. Zo zijn wijkteams mogelijk beter in staat om verborgen problematiek boven water te krijgen, wat heel waardevol kan zijn. ‘Als hierdoor het aantal doorverwijzingen stijgt, kan dat zelfs wenselijk zijn, ondanks de hogere kosten die hiermee gepaard gaan’, aldus het CPB. Wijkteams die “outreachend” werken en dus in de wijk op zoek gaan naar verborgen problematiek, zullen naar verwachting meer doorverwijzen dan een Wmo-loket dat alleen binnengekomen hulpvragen beoordeelt.

Reactie Divosa
Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa, de organisatie voor gemeentelijke directeuren in het sociaal domein,, nam het eerste exemplaar in ontvangst van het rapport. Hij zegt: “Omdat wijkteams nog relatief jong zijn, is deze stijging volgens Divosa te verwachten en goed te verklaren. Je zou zelfs kunnen stellen dat uit deze resultaten blijkt dat sommige wijkteams precies dat doen waar ze voor in het leven geroepen zijn.” Hij ziet verschillende oorzaken van de stijging van indicaties. Zo is de toegangsdrempel voor de Wet langdurige zorg hoog. Mensen blijven daarmee langere tijd onder de verantwoordelijkheid van gemeenten en ze hebben zwaardere problemen.

Reikwijdte van onderzoek
Dannenberg wijst ook op de reikwijdte van het onderzoek. Het onderzoek belicht een deel van de grote omwenteling die gemeenten sinds 2015 maken naar een integraal sociaal domein. Zo bieden gemeenten steeds vaker ‘ontschotte’ ondersteuning aan, ook in de wijkteams. Het is daarmee lastig aan te geven welke kosten precies onder welke wet vallen. Ten slotte is het zo dat wijkteams zorgvragen oppikken die het gevolg zijn van het sluiten van voorzieningen zoals sociale werkplaatsen of de Wajong

Maatregelen
Als gemeenten de stijging van doorverwijzing naar professionele zorg willen tegengaan, kunnen ze verschillende maatregelen overwegen. Zo kan een gemeente ervoor kiezen om alleen de zwaarste (meervoudige) hulpvragen door een wijkteam te laten oppakken; alle andere hulpvragen kunnen door een Wmo-loket worden afgehandeld. Een andere mogelijkheid is om aanbieders geen rol te geven in het wijkteam. Ook een goede monitoring van het indicatieproces kan helpen om het aantal doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen te beperken.

Lees hier de CPB-publicatie ‘De wijkteambenadering nader bekeken’

Lees hier het artikel in NRC Wijkteams maken de zorg duurder

Lees hier de reactie van Divosa

(Foto: Shutterstock)

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Abonneer hier