Integrale financiering: Begin bij de zorg en niet bij het geld

Integrale financiering: Begin bij de zorg en niet bij het geld

Datum: 10 mei 2019

Versnipperde financiering leidt er vaak toe dat initiatieven voor integrale zorg en ondersteuning vastlopen. Het zit het streven naar de juiste zorg op de juiste plek in de weg. Zorg- en hulpverleners worden niet beloond voor integraal werken. Vilans-onderzoekers Sandra Dahmen en Ludo Glimmerveen keken naar de achterliggende oorzaken en gingen op zoek naar oplossingen. Hun bevindingen staan in het rapport ‘Domeinoverstijgende financiering – Meer dan een gesprek over euro’s’. Ze geven praktische tips voor beleidsmakers en managers die projecten met integrale financiering willen opzetten.

Veel vraagstukken van kwetsbare mensen hebben betrekking op verschillende onderdelen van het leven en daarmee ook op verschillende (financierings)domeinen. Bij dit soort initiatieven wordt integrale financiering vaak gezien als dé oplossing. In de praktijk blijkt het echter moeilijk voor betrokken gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders van zorg en welzijn om van deze projecten een succes te maken en hiermee hun maatschappelijke rol te vervullen. Het is immers veel complexer dan simpelweg de verschillende budgetten in één pot gooien.

Niet beloond voor integraal werken
De praktijk is weerbarstig, concluderen de onderzoekers Ludo Glimmerveen en Sandra Dahmen van Vilans in hun rapport. ‘Vaak worden professionals niet beloond voor integraal werken. Elke professional en elke organisatie heeft zijn eigen specialisme en financieringsgrondslag die de grenzen van het handelingsperspectief bepalen. Financiers van nieuwe, integrale initiatieven merken dat de baten van hun inspanningen vaak buiten de grenzen van hun eigen domein liggen. Met andere woorden: de huidige versnipperde financiering zit het streven naar de juiste zorg op de juiste plek in de weg. Domeinoverstijgende bekostiging kan hiervoor een oplossing bieden. Het doel: bekostigingsstructuren en financieringsafspraken vormen geen drempel meer voor persoons- en populatiegerichte zorg en ondersteuning, maar zijn dienend aan een integraal en toekomstbestendig voorzieningenaanbod.’

Vier initiatieven onderzocht
De onderzoekers hebben vier initiatieven van geïntegreerde zorg onderzocht om te achterhalen wat achter de problemen met integrale zorg en ondersteuning zit. Dat zijn ‘Beter Samen in Noord’ in Amsterdam, de ‘Proeftuin Ruwaard’ in Oss en domeinoverstijgende samenwerkingen in Uden en Ede. Ze hebben via interviews met betrokken gekeken hoe deze initiatieven vanuit verschillende financieringsdomeinen tot geïntegreerde zorg en ondersteuning komen. Belangrijke vraag was niet alleen hoe ze het met geld geregeld hebben, maar vooral hoe partijen het proces inrichten om tot een gezamenlijke aanpak te komen. De initiatieven worden ook beschreven in het rapport.

Populatiebekostiging heilige graal?
In Nederland is relatief veel ervaring opgedaan met integrale financiering rond specifieke ziektebeelden (zoals diabetes en COPD). De ontwikkeling van domeinoverstijgende wijk- of buurtgerichte voorzieningen staat echter nog in de kinderschoenen. De decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten in 2015 bood nieuwe kansen om lokaal tot een integraal voorzieningenaanbod te komen, inclusief bijpassende financieringssystematiek. Toch zijn veel gemeenten daarin nog zoekende. De uitdaging voor gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders is om over de grenzen van hun domein op zoek te gaan naar de maatschappelijke opgave waar zij samen voor staan. En de financiering zodanig in te richten dat zij deze opgave kunnen realiseren.
Populatiegerichte financiering werd lange tijd gezien als de heilige graal. Maar opnieuw blijkt volgens de onderzoekers dat de praktijk weer weerbarstig is. Ze wijzen naar de landelijke proeftuinen populatiemanagement. Daar zijn tegen de verwachting van de betrokken bestuurders in, weinig stappen gezet om alternatieve financieringsstructuren in te richten. ‘Hoewel de wenselijkheid daarvan nergens in twijfel wordt getrokken, blijkt het lastig om een integrale aanpak daadwerkelijk te verankeren in lokale of regionale financieringsafspraken’, aldus de onderzoekers.

Drie spanningsvelden
De onderzoekers kwamen drie spanningsvelden tegen waarin betrokken een balans moeten zien te vinden. Het maatschappelijke doel moet voor iedere partij voorop staan en de individuele belangen van deelnemers moeten niet de bovenhand voeren. ’Dit klinkt als een open deur maar vaak is het in de praktijk zo dat partners elkaar niet blind vertrouwen. Bij integrale samenwerking gaat het regelmatig om het opgeven van productie aan andere spelers. Het is goed om van meet af aan het maatschappelijk doel helder te hebben. Dat betekent transparant zijn over deze implicaties. Breng de mogelijke risico’s in kaart en maak er vervolgens afspraken over hoe er mee om te gaan. Kortom: je moet de balans vinden tussen de organisaties’, aldus Glimmerveen in een artikel op de site van Vilans.

Interne afrekening
Het tweede spanningsveld betreft de balans binnen de verschillende organisaties. ‘De samenwerking kan op bestuursniveau geregeld zijn, maar als interne afdelingen nog steeds het gevoel hebben op ‘productietargets’ afgerekend te worden, gaat het niet werken. Iedereen binnen de organisaties moet dus worden meegenomen in de nieuwe manier van (samen)werken en de cultuurverandering die dit vraagt. En er moet een open gesprek worden gevoerd over wat de samenwerking voor gevolgen heeft voor betrokken afdelingen.’

Begrip
Ten derde moet er worden omgegaan met de spanning die kan bestaan tussen de verschillende financieringsdomeinen. Glimmerveen: ‘Voor samenwerkende organisaties en professionals uit verschillende domeinen is het van belang om inzicht te hebben in elkaars regels en beperkingen. Op welke manier moet een wethouder, aanbieder of zorgverzekeraar zich verantwoorden? Wanneer betrokkenen elkaars domein verstaan, begrijpen ze beter waarom een bepaalde partij op een bepaalde manier handelt. Erkenning van de spelregels aan de andere kant van de schutting is een belangrijke voorwaarde om constructief met deze beperkingen om te kunnen gaan.’

Zachte kant is minstens zo belangrijk
Praktische tips van de onderzoekers:
Toon bestuurlijk en professioneel lef binnen organisaties maar zorg ook voor voldoende comfort en perspectief om dat mogelijk te maken. Ken de spelregels en beperkingen van elkaars financieringswereld maar zoek daarbinnen ook naar de grijze gebieden.
Tot slot benadrukken ze dat het regelen van financiering bij integraal werken slechts ten dele een bedrijfseconomisch vraagstuk is. ‘De ‘zachte’ kant is minstens zo belangrijk. Voordat het gesprek over euro’s gaat, is het investeren in onderlinge relaties en draagvlak – zowel tussen als binnen organisaties – een onmisbare randvoorwaarde. Wanneer je gezamenlijk iets wilt bereiken op populatieniveau, mét aandacht voor financiering, is het vaak nodig om het gesprek andersom te voeren. Niet beginnen bij het geld, ook niet als duidelijk is dat dit wél geregeld moet worden.’

Lees hier het rapport Domeinoverstijgende financiering – Meer dan een gesprek over euro’s

(Foto: Shutterstock)

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Abonneer hier