Hoger tarief voor huisartsen in achterstandswijken

Huisartsen krijgen vanaf volgend jaar een hoger inschrijftarief voor patiënten van 85 jaar en ouder. Ook huisartsen in achterstandswijken krijgen een hoger inschrijftarief. Dat heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) besloten bij het herijken van de tarieven voor huisartsen. Volgens de LHV is de maatregelen een sigaar uit eigen doos.

Uit onderzoek van het NIVEL blijkt dat de zorgvraag van 85-plussers veel zwaarder is dan de zorgvraag van de gemiddelde patiënt. Begin dit jaar luidden huisartsen in achterstandswijken de noodklok. ZorgenZ heeft hierover een artikel gepubliceerd. De NZa wil huisartsen met relatief veel 85-plussers of patiënten in achterstandswijken beter compenseren. Dit betekent dat het inkomen van de meeste huisartsen licht zal stijgen, maar dat is niet voor alle huisartsen het geval.

LHV plaatst kritische kanttekening
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en InEen plaatsen hierbij stevige kanttekeningen. Want het geld voor 85-plussers wordt vrijgemaakt door de toeslag voor 65-75 sterk terug te brengen. “De NZa wekt de indruk dat er meer geld wordt uitgetrokken voor zorg aan ouderen, maar het bestaande budget wordt alleen anders verdeeld”, stelt LHV-voorzitter Ella Kalsbeek. “Dit terwijl investeringen nodig zijn om de steeds grotere en complexere zorgvraag te kunnen opvangen. Een gemiste kans, vooral omdat er geld is en omdat LHV en InEen een aantal haalbare voorstellen hebben gedaan.”

Achterstandswijken
De nieuwe toeslagensystematiek heeft veel effect op met name praktijken in achterstandswijken met relatief weinig 85+ patiënten, maar wel complexe patiënten in andere leeftijdsgroepen. Voor hen wordt 10 miljoen euro extra uitgetrokken. Deels om de negatieve effecten van de nieuwe leeftijdsverdeling te compenseren, deels om meer tijd te kunnen besteden aan patiënten. Ook hier hebben de LHV en InEen de nodige kritiek. “Voor de ‘erkende’ achterstandswijken is dat goed nieuws, maar zijn er ook veel niet-erkende achterstandswijken, omdat ze vanwege te veel groen of de aanwezigheid van een meubelboulevard niet als achterstandswijk gelden. Voorbeelden daarvan zijn delen van de Utrechtse Kanalenwijk en de Amsterdamse Bijlmer. Hoewel de problemen van de bewoners identiek zijn, ontvangen zij onterecht geen compensatie”, aldus Jan Frans Mutsaerts, vicevoorzitter van InEen.

Meer rekening houden met regionale verschillen in zorgvraag
De NZa ziet dit als een stap richting een bekostigingssystematiek die meer rekening houdt met de regionale verschillen in zorgvraag. De NZa gaat na deze herijking op zoek naar een alternatieve methode voor het vaststellen van de tarieven. De huidige tariefherijking gaat nog uit van de werkelijk gemaakte kosten in het verleden in een landelijk gemiddelde huisartsenpraktijk. Ontwikkelingen binnen de eerstelijnszorg maken dat deze methode van terugkijken aan een herziening toe is. Er wordt ingezet op een nieuwe bekostiging die meer samenwerking in de eerste lijn stimuleert.

‘One size fits all’ gaat niet langer op
NZa-voorzitter Marian Kaljouw: “We gaan op een andere manier naar de bekostiging kijken, omdat we zien dat ‘one size fits all’ niet langer opgaat. Een praktijk in een achterstandswijk is heel anders dan een praktijk op het platteland. Door meer rekening te houden met de patiëntenpopulatie en regionale verschillen willen we voorkomen dat de een te veel krijgt en de ander te weinig.”
De NZa gaat met de huisartsen en de zorgverzekeraars onderzoeken welke bekostigingsmethode de zorgzwaarte en couleur locale het beste tot zijn recht laat komen. De volledige beleidsregel 2018 publiceert de NZa in de week van 10 juli.

(Foto: Shutterstock)

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *