Elektronisch patiëntenoverleg houdt ouderen uit ziekenhuis

Elektronisch patiëntenoverleg houdt ouderen uit ziekenhuis

Datum: 10 september 2018

In Zaanstreek-Waterland communiceren huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere eerstelijnszorgverleners gemakkelijk via een digitaal programma. Door frequent en snel overleg is in een van de deelnemende huisartsenpraktijken gemeten dat het aantal ziekenhuisopnames van kwetsbare ouderen met zo’n 48% is gedaald*. En de patiënt? Die houdt zelf de regie. ZONH heeft deze samenwerking begeleid. Dit voorbeeld laat zien dat multidisciplinair samenwerken met digitale hulpmiddelen de toekomst is.

In 2015 startte een aantal huisartsen in de regio Purmerend een pilot ‘Multidisciplinair Samenwerken rond Ouderenzorg’. Met name zorg voor kwetsbare ouderen vraagt om frequente afstemming tussen zorgverleners. De huisartsen in Purmerend besloten gebruik te maken van een elektronisch gestructureerd patiëntenoverleg (eGPO) om de communicatie tussen hen en zorgverleners in het veld goed te laten verlopen en elkaar snel en gemakkelijk op de hoogte te brengen van wijzigingen in de gezondheid van de patiënt.

Goede eerste resultaten: minder 75-plussers opgenomen
De pilot was een succes, met hulp van Monique de Wit-Rijnierse van ZONH die het project begeleidde. Inmiddels zijn er 55 praktijkhoudende huisartsen in Zaanstreek-Waterland geïncludeerd en is met bijna de helft van alle praktijkhoudende huisartsen in de regio gestart met deze vorm van multidisciplinair samenwerken, . Zorgverzekeraar Zilveren Kruis financiert dit initiatief. Omdat huisartsen eerder en beter in beeld hebben waar tijdig zorg moet worden verleend, worden crisissituaties voorkomen of beperkt. Dat is voor patiënten prettig, maar zorgt eveneens voor minder druk op ziekenhuisbedden en voorkomt hoge ziekenhuiskosten.
Uit de eerste resultaten gemeten bij Daan & Van Ardenne huisartsen in Purmerend bleek dat er voor de start van deze samenwerking in 2015 in totaal 96 75-plussers werden opgenomen in het ziekenhuis, in 2016 waren dat er slechts 47.

Patiënt beslist
Liesbeth Vos, huisarts te Purmerend en een van de initiatiefnemers, legt uit dat de patiënt zelf invloed heeft op het zorgbehandelplan: “Dit systeem helpt ons om op een andere manier naar de patiënt te kijken en de patiënt bij de zorg te betrekken. Voordat we met de multidisciplinaire samenwerking aan de slag gaan, wordt er een zorgbehandelplan opgesteld. Hierin krijgt de patiënt de ruimte om aan te geven waar diens behoefte ligt. Er wordt gevraagd welke problemen de oudere ervaart en welke problemen prioriteit hebben. Wellicht is dagelijks probleemloos functioneren voor de oudere van minder groot belang dan bijvoorbeeld een dagje met het kleinkind naar de dierentuin. Die wensen nemen we op in het zorgbehandelplan en we bekijken samen hoe we dit mogelijk kunnen maken. De patiënt, of diens mantelzorger, kan het dossier zelf inzien. Dat is met name een pre voor mantelzorgers van patiënten met dementie; er zijn korte lijnen met de casemanager en de specialist ouderengeneeskunde.”

Korte lijnen
Elvira Bakker is praktijkondersteuner bij huisartsenpraktijk Dorpsstraat en is sinds twee jaar specifiek betrokken bij de ouderenzorg in de eerste lijn in Landsmeer. Zij bezoekt ouderen vaak aan huis en merkt dat de multidisciplinaire samenwerking hier een belangrijke rol speelt. “Deze patiënten hebben vaak complexe zorg nodig. De thuiszorg, de fysiotherapeut, de huisarts en de casemanager dementie zijn bijvoorbeeld bij één patiënt betrokken. Je wilt dan korte lijnen met elkaar kunnen houden. Onlangs kreeg ik een seintje van een fysiotherapeut die bij een patiënt thuis signaleerde dat het er nogal een rommeltje was. Dat kan duiden op geheugenverlies. Ik ben direct op huisbezoek gegaan. Vervolgens kon ik, vanwege de korte lijntjes, de huisarts, de wijkverpleegkundige en alle andere betrokkenen met de gemakkelijke chatfunctie in het programma op de hoogte brengen.”

Snelle chatfunctie maakt direct schakelen mogelijk
Denise Toth is wijkverpleegkundige bij Zorgcirkel in Zaandam. Zij merkt dat het van groot belang is dat ze via een online programma gemakkelijk over het zorgbehandelplan kan communiceren. “Ik was laatst bij een patiënt thuis en stuitte op een wond. Dat was nog niet bekend bij de huisarts. Met het digitale programma en de snelle chatfunctie kon ik direct schakelen met de huisarts. Het enige dat ik op dat moment nodig had, was toestemming om de wond te behandelen. Die kreeg ik direct. Zo heb ik direct voor de patiënt kunnen handelen en mogelijke gevolgen heb kunnen voorkomen. Daar dragen de korte lijnen met andere zorgdisciplines zeker aan bij.”

Verouderde benaderingswijze
Liesbeth verwacht dat multidisciplinair samenwerken met digitale hulpmiddelen het geluid van de toekomst is. “We denken als huisarts vaak dat we het wel goed doen in de ouderenzorg. Toch is onze benaderwijze vaak wat verouderd. De patiënt wordt zelden gevraagd wat hij of zij zelf wil. Dat doen we nu steeds bewuster. De patiënt krijgt meer regie. Tegelijkertijd zoeken we de verbinding met elkaar en kijken we als zorgverleners hoe we elkaar kunnen versterken om de patiënt de best mogelijke zorg te bieden. Het is een kwestie van doen!”

* Dit betreft een eenmalige meting binnen de huisartsenpraktijk Daan en Van Ardennen in Purmerend. In 2015 vonden er 96 opnames van 75+ers in het WLZ plaats, in 2017 47.

(Foto: Shutterstock)

 

Gerelateerde berichten

Author: Zorgenz

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Abonneer hier